Tegenstander

U bent hier

Een aanvallende speler vanaf de achterlijn (type Agassi).
Laat je tegenstander bewegen. Stel hem op de proef door hem van links en naar rechts en van achteren naar voren te laten rennen. Op gravel kun je bijv. je tegenstander naar het net lokken met een dropshot en hem vervolgens kansloos laten met een lob. Tijdens de rally speel je afwisselend langs de lijn en cross. Probeer vaste patronen te vermijden.

Een solide speler vanaf de achterlijn (type Corretja).
Probeer binnen drie slagenwisselingen iets agressiefs te doen, door naar het net te komen of in een zodanige positie te staan dat je voor de winner kunt gaan. Speel serve-en-volley, ga na je return naar het net of sla een diepe return. Sta klaar voor de beslissende klap.

Een speler, die vanuit alle hoeken van de baan kan scoren (zoals Kafelnikov)
Elke bal op een verschillende manier spelen. Varieer je snelheid, richting en spin, zodat de bal beurtelings (heel) hoog en laag aankomt met af en toe een vlakke bal er tussendoor.

De agressieve aanvaller (type Rafter).
Loop op na je service en je meeste returns. Laat hem maar proberen jou te passeren in plaats van andersom. Beter de druk op hem dan op jouw. Of, en dit kan meestal op langzame banen, probeer hem achterin te houden met diepe returns en een aanvallende lob.

De 'prikker' van de club.
Sla de bal hoog en diep door het midden en loop regelmatig op. Hierdoor kan hij geen hoeken maken en heb jij tijd om je voor te bereiden op een (meestal) lob of passeerbal. Het beste kun je geduldig blijven en ondertussen een opening creëren om aan te vallen. Omdat hij/zij meestal in het midden staat, heb je aan beide zijden voldoende ruimte om te benutten.

De speler met een uitgesproken zwak punt, bijv. zijn backhand.
Maak volledig gebruik van zijn zwakte. Sla de bal doorlopend diep naar die kant en dwing hem vanaf een lastige plek zijn slechtste slag te slaan. Voor jouw tegenstander is het fijn om een snel punt te spelen, want dan bestaat er de minste kans dat hij moet betalen voor zijn zwakheid. Als hij het punt kan rekken, is de kans dus groter dat je opponent zich gaat opwinden.